woensdag 16 juli 2014

op restaurant in Bretagne



Het was te lezen tussen de kleine lettertjes bij de beschrijving van de vakantiewoning dat er op wandelafstand een restaurant zou zijn. Niet dat dit doorslaggevend was, want zover ik me kan herinneren heb ik nooit, maar dan ook nog nooit lekker gegeten in Frankrijk. Het staat haaks op de zelfuitgeroepen titel van beste keuken ter wereld, haaks op de heerlijke boeken van Peter Mayle, die onder andere in 'One Year In The Provence', zo vingers-en-duimen-aflikkend kon vertellen over de Franse keuken, haaks op de lofrede van de Amerikaanse Julia Child. Waarschijnlijk zitten die topchefs op een hoopje in Parijs, maar in de dorpen ga je niet over talent struikelen. Terwijl je, en dat zal voor de chauvinistische Fransen een dolksteek zijn, wel heerlijk kan eten in een gemiddelde Britse pub en zelfs op straat in ieder Aziatische dorp.
De restaurants of eethuizen in het dorp kan je op één hand tellen, zelfs op 3 vingers. Het natuurstenen etablissement onder de kerktoren hebben we op de ochtend van de wekelijkse markt, bij het bestuderen van de uithangende menukaart en vooral zijn prijzen, wijselijk uit ons lijstje geschrapt. Het restaurant aan de plezierhaven was ook al geen meevaller, de volle zaak genoot louter bij gebrek aan alternatieven. Het eten was ronduit slecht.
Dan was er nog onze laatste hoop, Le Triskell, de groezelige tent op de hoek van de straat. We wisten al dat het niets zou worden, de dag dat we hier arriveerden en voor het eerst de hoek omdraaiden. De uitbater met zijn vrouw zaten met een schuimend biertje en een volle asbak op hun terras, wat niet meer was dan een verzameling oude houten en plastieken stoeltjes en niet in de betekenis van antiek of brocantrie, met een norse blik misnoegd te wachten op hun klanten.
Tot de dag dat we de blinde man tegenkwamen. We hadden hem al zien balanceren met zijn witte stok op de hoge niet-ommuurde kade. En nu was hij op de klif bijna verstrikt geraakt in de touwen van onze vlieger. Een babbeltje over wistje-datjes, het goede leven en lekker eten. Ja, hij vond de pizza's van Le Triskell, verrukkelijk. Een echte aanbeveling. Daarenboven was de zaak pas geopend. Onze eenvoudige logica dat elke blinde over uitstekend gevormde smaakpapillen beschikt en na de geslaagde geitenkaastip van een andere Bretoen, besloten we het een kans te geven. Na het avondeten zouden we een wandelingetje in de buurt maken en terwijl de dessertenkaart van Le Triskell bestuderen. Het was te hoog gegrepen want de kaart was niet meer dan een handgeschreven opsomming van wat pizza's, waaronder de niet meteen appetijtelijke 'Chacha' met pomme de terre en reblochon, wat dit dan ook mag zijn. Hoe de Fransen altijd de trots van Italië verkrachten, er zijn geen woorden voor. Bon, geen spoor van desserten, op de alom tegenwoordige frisco- affiche na. Bij twijfel altijd eerst de toiletten bekijken, een advies dat we jaren geleden kregen van een gewaardeerde Turkse zakenpartner, sloegen we in de wind. De uitbater en zijn vrouw hadden ons vanachter de toog van hun lege bar/restaurant al zien plaatsnemen op de krakkemikkige terrasstoeltjes, we zouden dus wel een voorverpakt ijsje eten, dat kon niet misgaan. Maar de ijsjes hebben we nooit geproefd. De tijd verstreek en we werden genegeerd, genegeerd zoals nooit tevoren. Het was zo uitgesproken dat het lachwekkend werd. Alsof we Duitsers waren in een pas bevrijd Bretagne.
Ondertussen zijn we meermaals voorbij Le Triskell gepasseerd, de uitbater en zijn vrouw wachtend op hun terras op de eerste klanten...

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen